Geef ze een mening

De literatuurlijst op de middelbare school is voor velen een gruwel. Schaf het obligate schrijven van samenvattingen af en geef argumentatie de ruimte, zo betoogt Rosa van Gool in de wekelijkse wisselcolumn van De Internet Gids.


Over smaak valt wel degelijk te twisten, en het zou veel meer moeten gebeuren. Als middelbare scholier word je geacht een literatuurlijst samen te stellen. Het is onvermijdelijk dat de docent sommige boeken bij voorbaat uitsluit van deelname: het idee achter de lijst is om jongeren kennis te laten maken met volwassen literatuur en cultuur, dus zeven keer (of één keer) Harry Potter is niet de bedoeling.


Maar tussen J.K. Rowling en Joost van den Vondel bevindt zich uiteraard een uitgestrekt gebied van grijs, waar de smaak van de docent allesbepalend is voor de boekenkeuze. Zo raadde een tamelijk incompetente docent Engels onze vijfde klas gymnasium ooit af om Animal farm (‘te dun’ en ‘zonde als je dat op je lijst zet’) en Lolita (‘een vertaling’- natuurlijk volstrekt onwaar) te lezen. Helaas had de docent, louter per definitie, gelijk.


De strijd om de literatuurlijst raakt aan een aloude vraag die geen enkel onderwijs kan beantwoorden: wat is literatuur? Wat is kunst? Waarom geen Kluun, wel Connie Palmen? Waarom geen Bob Ross, wel Rembrandt? Wat is het verschil tussen highbrow en lowbrow, kunst en kitsch, afgezien van de waardering die de intellectuele snob eraan toekent, en de pretenties van de kunstenaar?


Maar eigenlijk zijn de tegenstellingen highbrow/lowbrow, literatuur/lectuur – nadat onze literatuurlijst is ingeleverd en goedgekeurd – misschien helemaal niet zo interessant. Althans, niet op het niveau van een algemeen, definitief antwoord, een set aan objectieve criteria, zoals sommige wetenschappers met een kwantitatieve analyse van literatuur proberen te vinden.


Want zulke volledig objectieve criteria werken niet, of volstaan in elk geval niet om iemands waardering inzichtelijk te maken. Lolita is een meesterwerk, maar niet omdat er 341 alliteraties en 528 assonanties in voorkomen. Daarom is het best begrijpelijk dat de meeste mensen, op de vraag waarom ze een werk goed of slecht vinden, niet veel verder komen dan ‘dat is gewoon een gevoel’, vaak de schouders ophalend; argumentatie is niet nodig of zelfs maar mogelijk. Dit hardnekkige misverstand is er op de middelbare school – waar de grillen, frustraties en gevoelens van de docent-God vaak leidend zijn voor het onderscheid tussen hoge literatuur en lage lectuur – geheel ten onrechte ingeramd.


Dat iets niet compleet objectief vast te stellen is, impliceert namelijk niet dat het compleet subjectief is. Of zoals literatuurwetenschapper Terry Eagleton stelt: ‘Value judgments are not objective in the sense that mahogany cocktail cabinets are, but this does not mean that they are simply a matter of private whim.’ Het waardeoordeel verdient onderbouwing, niet per se op een volledig objectieve, maar wel op een navolgbare manier, door persoonlijke vooronderstellingen (bijvoorbeeld: een gedicht moet bij vlagen grappig zijn) bloot te leggen en te laten zien hoe specifieke elementen van het werk (grappen in het gedicht) zich daartoe verhouden, na eerst te hebben beargumenteerd dát deze elementen zo gelezen moeten worden (in dit geval, waarom de grappen grappig zijn).


Ongetwijfeld zullen we het veel oneens zijn. Misschien ben je niet overtuigd en zal jij een element dat ik grappig vind nog steeds onbegrijpelijk vinden, of wanstaltig, of droevig. Gelukkig zijn meningsverschillen niet funest, maar juist essentieel voor kunstkritiek. Het is de aanleiding om een werk nader te bekijken en erover te spreken, de delen en structuren zorgvuldiger te bekijken, te onderscheiden en uit te leggen hoe jij die delen en hun onderlinge samenhang ziet en begrijpt, en datzelfde van een ander te vernemen.


Het is niet eenvoudig om een goed gesprek over kunst te voeren, maar als het lukt, voegt het een zeldzame dimensie toe aan het kunstwerk. Het zou op de middelbare school al kunnen beginnen: laat scholieren niet langer matige samenvattingen van romanplots schrijven – daarvan circuleren er al genoeg op het internet – maar leer ze zelf kiezen en nadenken, leer ze Kluun of Palmen de hemel in te prijzen of de grond in te schrijven, zolang ze maar grondig en helder argumenteren. Leer ze twisten over smaak.