&2025

Essay / 04.03.26

Fenomenologie van een vibe

Raphaël Aziza Van Cappellen

Auguste Racinet, Greco-romain (1880 - 1889)

Hij sloop ongemerkt binnen, pakweg tien jaar geleden, en nu kan ik niet meer zonder. Even later betrapte ik hem op zijn aanwezigheid, tijdens het uitkiezen van de afwerking van een keuken, zomaar, tegen een wildvreemde, in hartje Antwerpen — het was eruit voor ik het wist. Een kastknop leek mij hoogstens ongeschikt, niet in overeenstemming met mijn smaak; de knop was, met andere woorden, beslist niet de vibe.
  Wat is dat, die vibe? Een stopwoord, een graag geziene gast. Uitgezet in de grasvelden van het collectieve brein als een veelkleurige adder — een plaag waar we ondertussen gewend aan zijn. En toch lijkt er meer aan de hand. Ik gebruik de vibe om een bepaalde intuïtie te benoemen, maar waarom? Waar wijst het woord op? En welke vormen neemt het aan? Ik heb nood aan een fenomenologie van de vibe.
  Dat het woord als een afkorting van vibrations vanaf de jaren 60 courant werd, is algemene kennis. Dat het oorspronkelijk van het Latijnse vibrare stamt en duidt op een aarzeling, draai of zelfs extatische tril, is al wat obscuurder. Werd de vibe tot voor kort exclusief gebruikt om een bepaalde sfeer te beschrijven, zie ik tegenwoordig velerlei toepassingen. Sterker nog: hij is een gevoel geworden, en tegelijkertijd meer dan dat. Soms duidt hij op een uitgesproken mening: “Dit is géén vibe!” Een andere keer schuilt een overkoepelende verwachting van gedragspatronen achter het woord: “Het moet vooral een vibe blijven.”
  In ieder geval beperkt de vibe zich niet langer tot de kelders van Reddit, niche YouTube-kanalen en groepschats. Bovendien, in tegenstelling tot de voorheen gebruikte ‘zo van’ (“en ik was zo van…”) blijkt de vibe meer dan een opvulsel, meer dan een taalkundig bindmiddel dat de barsten binnen mijn alsmaar afbrokkelende volzinnen moet gladstrijken. Nee, de vibe wordt stilaan groter dan mijzelf.

En toch blijft de vibe moeilijk te doorgronden, al herken ik één overkoepelend kenmerk. Voorlopige term: de ‘vibe als verzameling’ — want een vibe komt nooit alleen. Kyle Chayka1 beschreef het fenomeen als de ultieme placeholder voor een gevoel of impressie, een atmosfeer die niet onder woorden kan of wil worden gebracht. Ik zou nog een stapje verder gaan: de vibe groepeert een hele resem van naamloze gevoelens en impressies. Wanneer iets als een vibe of de vibe wordt bestempeld, verwijzen we vaker wel dan niet naar een geheel aan verlangens, emoties en beelden, en zelden naar één specifiek element — hij is nooit atomair in strikte zin. Kortom: de vibe vertolkt een vernieuwde wijze waarop verlangens kenbaar worden gemaakt.
  Enter Gilles Deleuze’s theorie over verlangen als assemblagevorming2: een verlangen is niet louter een ‘gebrek’, maar een dynamisch proces dat verbanden legt tussen objecten, beelden en intuïties. Geen enkelvoudige sensatie, maar een fabriek aan gevoelens. Zo functioneert de vibe: wanneer ik stel dat de kastknop “geen vibe” is, is er niet één specifiek element in overeenstemming met één welomlijnd gevoel, maar een geheel aan beelden en gevoelens niet in overeenstemming met het totaal aan beelden en gevoelens waarin ik mij thuis voel — mijn vibe. Zie hier de vibe als verzameling, als zorgvuldig in elkaar geknutselde constellatie. In die zin is de vibe, net als het verlangen, niet het eigendom van één persoon, maar een agent tussen meerdere personen in een gedeeld netwerk.
  Het huis van mijn vibe3 verhoudt zich zo onherroepelijk tot andere vibes, ook al denk ik de toegang op ieder moment te kunnen vergrendelen. We viben niet louter een verzameling, we viben ín een verzameling, opgebouwd uit oneindige deelverzamelingen. En wat niet binnen mijn verzameling past, moet eruit. Iets wel of niet tot vibe benoemen signaleert dit, en fungeert daarom als veelkoppig instrument waarmee we sleutelen aan het huis van onze voorkeuren. Een vibe verbeeldt wat verloren gaat in de vertaling van onze indrukken naar een concrete representatie, en is daardoor per definitie niet met één woord te pinpointen. In essentie betekent hij zelf niets — hij is een omhulsel, iets dat enkel bestaat bij gratie van de verzameling die het omvat. Eén verkeerde keuze wat betreft de kastknoppen van deze ochtend en de keukenvibe was eraan geweest.

Uiteraard kan iets “geen vibe” zijn, maar wat als we wel met één welgemikt woord exact benoemen wat ons tegenzit of net aanstaat? Is dit ons te specifiek geworden?
  Het lijkt dan ook geen toeval dat de (hernieuwde) opkomst van de vibe min of meer gelijk loopt met die van de smartphone. Hoe meer we gebombardeerd worden met online plezier en onze concentratiespanne hier recht evenredig mee afneemt, hoe groter het vacuüm van de vibe wordt, een ritueel zinkgat waarbij we aanschuiven om onze onbepaalde intuïties in te dumpen. Dit zinkgat kan als een collectieve ruimte worden omschreven, vergelijkbaar met wat in machine learning autoencoders worden genoemd: modellen die informatie door een bottleneck persen, een kunstmatige vernauwing die enkel de essentie doorlaat. Wat in die vernauwing verloren gaat, verschijnt in de output als vervorming of residu. En wat wanneer de input de verwerkingskracht van de encoder te boven gaat?
  De mens zou je kunnen begrijpen als een organische autoencoder: ons denkvermogen filtert de veelheid aan prikkels en gevoelens door een cognitieve bottleneck, die we uiteindelijk in taal en gedachten reconstrueren. Maar er blijft altijd iets achter — een overschot dat niet netjes kan worden vertaald. Dáár nestelen zich de bouwstenen van de vibe: als materieel residu van wat de taal (nog) niet kan dragen — in die zin is het gebruik van de vibe ook een tikkeltje gemakzuchtig.

Daarnaast past de alomtegenwoordigheid van de vibe volgens sommigen perfect in het beeld van een maatschappij die steeds meer belang hecht aan (individuele) gevoelens en minder aan feiten, zoals Jess Cartner-Morley4, die stelde dat het gouden tijdperk van de feiten voorbij is en de heerschappij van de vibes is aangebroken. Emotie zou de laatste 250 jaar ondergeschikt zijn geweest aan de ratio in het publieke debat. Dit argument is niet alleen gratuit, het is oninteressant. Daarbovenop is het gemaakte onderscheid tussen ratio en emotie misleidend. Men hoefde vroeger niet ‘rationeler’ te zijn, men beschikte misschien over een preciezere taal om het irrationele mee te verwoorden. Al betekent de opkomst van de vibe — zoals Cartner-Morley beweert — niet zozeer dat we onder invloed van autocraten en complotdenkers een collectieve afkeer voor feiten hebben opgelopen, maar dat deze feiten, naar mijn aanvoelen, niet langer voldoen om de veelzijdigheid van onze verlangens en gevoelens tegenover een gedeelde werkelijkheid te beschrijven.
  Opnieuw enter Deleuze: de (consumptie)maatschappij is er een van eindeloos vertier, een labyrintisch pretpark waarin we worden gebombardeerd met allerhande indrukken (lees: input). De vibe dringt zich niet zomaar op, de term zelf is hét instrument geworden waarmee we zowel het overschot benoemen, als verbanden trachten te leggen tussen almaar toenemende én diverser wordende content.

In dezelfde geest waarschuwde Susan Sontag bijna zes decennia geleden in Against Interpretation dat het ‘serieuze’ aan credibiliteit verliest onder druk van een cultuur die zijn meest overtuigende waarden uit de entertainmentindustrie puurt en het vermogen tot zintuiglijke ervaring afvlakt. De vraag is niet zozeer of dit ons meer of minder rationeel maakt, maar wat voor perspectief dit biedt. Een notie die past binnen het idee dat we aan het begin staan van een nieuwe, Romantische impuls5: niet gedreven door nostalgie, maar door hunkering naar zintuiglijke intensiteit in een cultuur die alles tot content heeft gereduceerd. Geen reactie op de Verlichting, maar op Oververzadiging. Want geloof het of niet: het is die uit de hand gelopen, globale entertainmentindustrie die ons weet op te zadelen met deze veelheid aan input. En een teveel aan input resulteert enkel in een groter overschot — een onoverzichtelijke hoop bouwstenen die we (nog) niet kunnen plaatsen. Met andere woorden: we viben ons de chaos in.
  In die zin vormt de vibe het symptoom van een maatschappij die systematisch een gevoelsmatig residu creëert dat we niet kunnen manipuleren: hij weet te ontsnappen aan een entertainmentindustrie die steeds meer gebaseerd is op algoritme. Dit zou vooral perspectief kunnen bieden op een nieuwe manier van assemblagevorming, waarbij we ons als collectief bewust worden van de vibes als gemeenschappelijk geheel. Een geheel waarin we, onder de druk van algoritmes, nooit alleen meester blijven van diezelfde gevoelens.

Ik doe er dus goed aan het fenomeen van de vibe enigszins serieus te nemen of, beter nog, te omarmen als richtingaanwijzer voor een nieuwe poëtica. Geen banaal modewoord, maar de uiting van een nieuwe structuur aan ervaringen. Geen verdringer van feiten, maar een manier van weten om de overblijfselen van wat ik niet kan benoemen te onthullen. In ieder geval zegt de vibe voorlopig het volgende over onze tijd: we schieten vaker wel dan niet woorden tekort om er iets zinnigs over te kunnen zeggen.


  1. Zie ‘TikTok and the Vibes Revival’, Kyle Chayka (The New Yorker). 

  2. Vanaf L’Anti-Œdipe (1972) positioneren Deleuze en Guattari verlangen niet als gemis, maar als een productieve kracht die zich organiseert in assemblages — een denklijn die in Mille Plateaux (1980) expliciet(er) wordt uitgewerkt. 

  3. Zie Auguste Racinets L’Ornement Polychrome (1869), waarin historische ornamenten worden samengevoegd tot complexe assemblages — het onderscheid tussen onderdeel en geheel raakt hier vervaagd. 

  4. Zie ‘‘It’s game over for facts’: how vibes came to rule everything from pop to politics’, Jess Cartner-Morley (The Guardian). 

  5. Zie ‘Are We Entering a New Romantic Era?’, Kate Alexandra (YouTube) & ‘The new romantics: Authenticity, participation and the aesthetics of piracy’, Margie Borschke (First Monday). 

Raphaël Aziza Van Cappellen (1996) schrijft proza, poëzie en essays. Hij studeerde wijsbegeerte aan de VUB en theologie aan de KU Leuven. Werk van hem verscheen o.a. in Rekto:Verso, Papieren Helden, Sintel, Filosofie Tijdschrift en Flemish Review de la Poëzie. 

Meer van deze auteur