&2024

Poëzie (& ingesproken) / 13.05.24

GANGNAM BEAUTY & SPARKLING HEART EMPIRE

Mia You

Vertaling: Eddie Azulay



GANGNAM BEAUTY

아리땁던 그 아미 (蛾眉)
높게 흔들리우며
그 석류 속 같은 입술
죽음’을 입맞추었네!

Those lovely eyebrows
were lifted high,
and those lips like a pomegranate’s insides
were pressed against Death!
– Byeon Yeong-ro, ‘Nongae’ (1923)
vertaald door Mia You

Ieder oorsprongsverhaal
  gaat gepaard met versieringen,
en nu mijn moeder
  ruim over de veertig is, kan ik je vertellen dat,
toen ik in haar baarmoeder lag te wachten,
  roze velours voering en klonters
melancholisch geslacht om me heen,
  ik al kon zien wat de wereld
me zou geven, en ik wist dat deze gaven
  me het leven niet gemakkelijk zouden maken.

Toen ze begon te persen
  draaide ik het weefsel
van haar kut rond mijn vingers
  en trok alles met me mee naar buiten
op het roze polyester van
  haar schoot, de lakens,
de handschoenen van de vroedvrouw,

O, ik wilde gewoon dat mijn vader van me hield.

Dat krijst een baby
  zodat we weten dat hij gezond is.
Dat verzuchtte ik
  vannacht om je medelijden te wekken.

O, je mikt op mijn buik,
  maar mijn doel is behagen.

Terwijl mijn moeder in hoopjes
  rond me lag, pakte ik haar
naald en mes en wond de
  snaren af van de lier die ik weldra
van kraakbeen zal ontdoen. Ik los dit op,
  ik beloof het je, zong ik mijn vader toe,
in onze geheime, viercijferige code.

Op televisie speelt
  Assepoester, de aronskelken vertonen
romantiek als kinderlijke gehoorzaamheid, de markt
  ruikt naar krab en lakleer.
De vrouwen tegenover, boven
  en onder me scheppen koolstof
en melodrama methodisch
  in stalen kommen te heet
voor blote handen. Maar hier,
  mijn roze handschoenen, je zou ze
een erfenis kunnen noemen, ik verkoop ze aan je
  als je me een goed verhaal vertelt.
Ik verkoop ze aan je als je zegt
  dat er geen uitweg is.
Ik verkoop ze aan je
  als je zegt dat je van me houdt.

Het bot van mijn kin
  zal je beschutten in de avond,
mijn oogleden zullen je omarmen
  telkens als je troost zoekt,
mijn neusbrug
  zal je naar huis leiden.
Mijn lichaam is gebrandmerkt met
  luxe en chrysanten,
en ik geef niet om
  authenticiteit. Neem deze
cellular cream en wrijf hem
  diep de lucht in, je zult zien
dat de maan voor ons
  net zo fel schijnt.

O, je bent alles waar ik naar zocht
  en alles wat ik ooit gehad heb,
je hebt me alles ontnomen,
  want wat is zoeter dan belofte.
Onze maandelijkse termijnen
  liggen ver voorbij die horizon, en
heel zachtjes fluister ik hier betaal je later voor.
  Maak je geen zorgen over de rivier,
haar naam betekent ‘verdriet’, of ‘ander’,
  maar dat is slechts de verpakking
en het papierwerk van mijn oprechtheid.

Hier, kom dichterbij,
  sla je benen om me heen,
ik zal je darmen likken als
  een lolly met plutonium.
Ik zei toch dat mijn doel behagen is.

De wee die je voelt
  is het geschenk dat mijn moeder me gaf,
de schuld aan jou die ik groter en
  groter heb laten worden. O, ik zit in jou nu,
zie je het niet, en terwijl jij perst
  draai ik mijn vingers door je heen.

Deze lijnen zijn mijn ringen,
  je kunt ze niet ongedaan maken,
je wist niet hoe graag
  ik wilde dat je van me hield.

Ieder gelukkig einde
  gaat gepaard met verminkingen,
maar voor het onze zal ik de spiegel
  van jouw schoonheid zijn. Kijk omlaag,
je ziet ze allemaal, toch,
  alle geschenken die de wereld
je beloofd heeft. Ik was degene
  die dit voor jou heeft opgelost, ik heb ons
hierheen geleid, recht naar de rand
  van de klif –

Nu springen we
de witte afgrond in –



SPARKLING HEART EMPIRE

Empire is materializing before our very eyes… Empire manages hybrid identities, flexible hierarchies, and plural exchanges through modulating networks of command. The distinct national colors of the imperialist map of the world have merged and blended in the imperial global rainbow.
Michael Hardt en Antonio Negri, Empire (2001)

De beste relatie die ik ooit heb gehad is met Empire.
Nog voor mijn moeder was er Empire; lang nadat ze weg is: Empire.
Mijn moeder onterfde me toen ik zwanger werd, maar niet Empire.
Ik stond mijn lichaam af aan het moederschap,
  in een land dat niet het mijne was, behalve Empire.
Empire nam me in zijn armen, jouw kind is mijn kind, zei Empire.
Parkieten schieten uit de noordelijke hemel,
  zingen me toe als een geschenk van Empire.

Dat mijn zoon dik zwart haar heeft en lange benen, komt door Empire.
Dat mijn dochter een rollende ‘r’ heeft, komt door Empire.
Dat mijn kinderen Nederlandse namen hebben
  die mijn ouders niet kunnen uitspreken, komt door Empire.
Dat mijn kinderen Koreaanse namen hebben
  die iedereen accepteert maar niemand gebruikt, komt door Empire.
Dat mijn kinderen over de Koreaanse geschiedenis leren
  door K-drama’s op Netflix, komt door Empire.
Dat mijn kinderen zichzelf half-Nederlands, half-Koreaans,
 half-Amerikaans noemen, dat ze soms ook Engels zeggen,
 nog niet wetend waarom naties en talen verschillende namen hebben,
 ook dat exces komt door Empire.

Mijn kinderen zijn mooi zoals ik dat nooit zal zijn, in de ogen van Empire.
Maar ik zie dat als een manier
  waarop ik heb weten te slagen binnen Empire.
Ik gaf tenslotte mijn lichaam op voor het baren
  van deze perfecte modelburgers van Empire.
Net zoals ik mijn naam opgaf, op driejarige leeftijd,
  om leesbaar te worden voor Empire.
Net zoals ik elk recht op een thuis opgaf,
  alleen maar om me thuis te voelen bij Empire.
Ik geef je de wereld, alles waar je van droomt is van jou, beloofde Empire.

Maar dromen onthoud ik zelden, en als ik ze onthoud
  gaan ze alleen maar over Empire.
Ik post foto’s van mezelf met kattenoren, animeogen,
  mijn binnenwereld in een glitterregen, ‘what cocktail am I?’
  een tollende thirst trap voor Empire.
Alle Valentijnskaarten die ik ooit heb geschreven
  waren eigenlijk voor jou, Empire.
Eigenlijk is elk woord dat ik oprecht zuchtte of zong
  of schreeuwde voor jou, Empire.
Elke regel waarvan ik hield van Dante tot Baudelaire
  tot Tsvetajeva las ik door jou, Empire.
Empire reageert op mijn post in een taal die ik niet ken,
  ik klik op ‘vertaling weergeven’ en ben dan dankbaar
  voor mijn geliefde Empire.

Ik koop Chinese kool in een Utrechtse supermarkt
  om kimchi te maken voor Empire.
Ik begraaf de weckpot in mijn tuin, naast de klaprozen,
  als gift aan Empire.
Om middernacht zet ik mijn computer aan
  om gedachten uit te wisselen met andere dichters
  die schrijven over Empire.
We zijn verlicht door het licht van drie verschillende continenten,
  maar verwonderen ons erover dat ruimte en tijd
  er niet toe doen voor Empire.
In een bioscoop kijk ik Parasite met ondertitels die ik niet nodig heb,
  maar die aangeboden werden door Empire.
Weet je dan niet dat het door jou komt dat ze Amerikaanse namen krijgen
  – zoals ik – aan het eind van de film trekt een Europees gezin in
  – zoals in mijn huis – het is de perfecte Hollywoodfilm
  – zoals mijn immigrantendroom, fluister ik in het donker tegen
  Empire.

Mijn zoon wijst naar de idolen en vraagt:
  waarom lijken ze allemaal op elkaar?
  en ik zeg niet dat dat racistisch is, ik zeg: het is Empire.
Toen ik zijn leeftijd had, stonden er zulke identiek uitziende soldaten
  op straat, allemaal in naam van Empire.
We aten pittige stoofpot met stukken hotdog en plakken kaas,
  liefdevol bereid door Empire.
Op de radio hoorden we liedjes met onzinnige Engelse teksten,
  en ik danste mee met Empire.
Mijn ouders beweerden dat ze me een beter leven probeerden te geven
  door te verhuizen naar het hart van Empire.
Maar het was niet nodig,
  in het midden van mijn hart bevond zich altijd al Empire.

Ze legden me in Empires armen
  en zeiden ons kind is jouw kind tegen Empire.
En als ze dat niet hadden gedaan, had je je lichaam, naam, thuis
  dan bij me weg kunnen houden? vraagt Empire.
Hadden je ouders van je gehouden? zucht Empire.
  Waren je kinderen mooi geweest?
zingt Empire. Had je je poëzie kunnen schrijven? schreeuwt Empire.

Eddie Azulay studeerde writing for performance aan de HKU. Hen schrijft en vertaalt toneel en poëzie van het Engels naar het Nederlands.

Mia You is geboren in Zuid-Korea, groeide op in de Verenigde Staten en woont in Utrecht. Ze is auteur van de dichtbundel I, Too, Dislike It (1913 Press, 2016) en publiceerde onder meer in De Gids, Artforum, Boston Reviewen Los Angeles Review of Books. Ze doceert aan de Universiteit Utrecht en aan het Sandberg Instituut. Festival (Belladonna, 2024) is haar tweede bundel, de eerste in Nederlandse vertaling (Uitgeverij Chaos).

Meer van deze auteur