Redactioneel / 10.03.26
Val
Dossier
Val
Poëzie / 10.03.26
Distel
Ik weet het, je blauwde van de ruigte, brulde jezelf een lichaam in. Je werd geboren als zeloot, dat
zei je moeder in het eerste kwartier. Ach, zei ze, ik dacht dat ik niemand was tot ik hem baarde. Zie
hier, een iemand, een iets uit het niets —
Je vel rimpelde nog voor het dons. Uit het heldere vlies, uit het bonzende vocht, je trad uit zonder
aarzeling, als een kind dat al klokken las —
*Toch wil ik niet zo leven*. Je was de weerhaken gewend als ledematen. Je zou nog eerder tuimelen
dan het hoofd op te richten, kneuzen en barsten, vrouwen tot valscherm maken, verhongeren nog
eerder dan de bevestiging van een slik —
De pen was je vlucht, de klank die enkel weerbots was. Je dichtte je brievenbus, belette het
antwoord, besloot dat het woord zich enkel tot zichzelf verhouden mocht, je zei *niemand kent me*,
lepelde het niets bij het iets, tot het iets in zichzelf oploste —
Redactioneel / 10.03.26
Dossier
Val
Beeld & Poëzie / 09.03.26
Dossier
Val
Verhaal / 10.03.26
Dossier
Val
Poëzievideo / 10.03.26
Dossier
Val
Poëzie / 10.03.26
Dossier
Val
Poëzie (& ingesproken) / 10.03.26
Dossier
Val
Verhaal / 10.03.26
Dossier
Val