&2026

Poëzie / 30.10.26

Sava’s bron, een dubbele vertaling: naar het Nederlands, en naar een kind

Aleksandar Novaković, Vasko Popa, Rodante van der Waal

Zeven maanden na de geboorte van ons kind maken we een foto van hem bij de Sava, een grote rivier die door de Balkan stroomt en in Belgrado in de Donau uitmondt. Sava is hier een bekende naam voor jongens en meisjes. Voor meisjes vanwege de vernoeming naar de rivier, voor jongens vanwege de vernoeming naar St Sava, een 13e-eeuwse heilige en een van de grondleggers van de Servische taal.

Deze St Sava is het hoofdpersonage van een serie gedichten van Vasko Popa, een beroemde Servische dichter die nog maar weinig vertaald is naar het Nederlands. Popa, in 1922 geboren in een Roemeense familie in Vojvodina, was lid van de antifascistische partizanen en in de Tweede Wereldoorlog geïnterneerd in een concentratiekamp. De combinatie van surrealistische, symbolistische en folklore invloeden op zijn poëzie, wordt gezien als kenmerkend voor het naoorlogs Joegoslavisch modernisme. Je raadt het al, we noemden ons kind Sava. En bij wijze van geboortekaartje, vertaalden we de serie van Popa in het Nederlands.

Het geven van een naam, het ‘noemen’ van iemand, is geen kleine verantwoordelijkheid. Het is het onderwerp van een van de beroemdste dichtregels in het Nederlands, inderdaad van Neeltje Maria Min: ‘noem mij, noem mij, spreek mijn aan/ o noem mij bij mijn diepste naam// voor wie ik liefheb wil ik heten.’ Ons systeem van naamgeven is in de regel patriarchaal van aard. Achternamen zijn meestal die van de vader. Het nageslacht van moeders wordt toegeëigend door de vaderlijke naam.

Het vernoemen van onze zoon met (als vanzelfsprekend!) onze beider achternamen naar een patriarch lijkt onfeministisch. St Sava spendeerde een groot deel van zijn leven als monnik op Mount Athos, waar tot op de dag van vandaag geen vrouwen worden toegelaten. Maar we moeten door het onrecht van de geschiedenis heen werken, haar deconstrueren, om bij iets nieuws uit te komen. Sava klinkt in het Nederlands als een meisjesnaam. Met het geven van deze naam in Nederland, betreden meisjesklanken de verboden archipel van mannelijkheid.

Om die deconstructie kracht bij te zetten, vertaalden we de serie niet alleen naar het Nederlands voor zijn geboortekaartje, maar ook ‘naar’ het door ons verwachte kind. In deze tweede vertaling wordt niet de levensloop van de heilige beschreven, maar de geboorte en eerste levensdagen van een kind. Dit keer vanuit het perspectief van een vrouw die met het vertalen en vernoemen haar kind een naam wil geven. Het is een bescheiden poging tot een feministische creolisering van de patriarchale oorsprong van de taal, waar St Sava voor staat, of het laten binnendruppelen van melk als vorm van vertaling.

St. Sava’s bron
Vasko Popa, Uspravna zemlja, 1972
Vert. Aleksandar Novakovic & Rodante van der Waal

Sava’s bron
Een variatie op Vasko Popa 1972
Vert. Rodante van der Waal

I St Sava’s bron

Helder oog in het steen
Geopend voor immer
Door de viervoudige kus van de stok

Met slaperige groene oogleden
Verstopt en ontdekt het gras
De koude doorzichtige waarheid

In de diepte van dit water
Schijnt het kristallen wolfshoofd
Met een regenboog in zijn kaken

Wassen in dit water
Heelt alle pijn van de dood
Drinken van dit water
Alle pijn van het leven

Helder oog in het steen
Open voor iedereen
Die hier een zwarte traan achterlaat

I Sava’s bron

Heldere bron in de buik
Geopend voor immer
Door de viervoudige kus van een voet

Met weifelend optrekkende striae
Verstopte en ontdekte de huid
De buitelend schoppende waarheid

In de diepte van het vruchtwater
Scheen het vlinder-vissenlijf
Met een regenboog in zijn kaken

Wassen in dat water
Heelde alle pijn van de dood
Drinken van dat water
Alle pijn van het leven

Heldere bron in het lichaam
Open voor ieder
Die een hand op de buik achterliet

II Het leven van st Sava

Hongerig en dorstig naar heiligheid
Verliet hij het land
De zijnen en zichzelf

Hij trad in dienst
Bij de gevleugelde heren

Hij zorgde voor hun goud gestoffeerde wolken
En cultiveerde de donder en bliksem
Die vastzitten in de grote boeken

Hij verdeed er al zijn jaren
Verdiende een slangenhoofdige stok

Hij besteeg de stok
Keerde terug naar het land
En vond daar de zijnen en zichzelf

Hij leeft nu zonder jaren zonder dood
Omringd door zijn wolven

II Het leven van Sava

Hongerig en dorstig naar menselijkheid
Verlaat hij zijn bron
Zijn koek en zijn vliezen

Hij treedt in dienst
Bij de denkende zoogdieren

Ze zorgen voor zijn naar goud graaiende handjes
En cultiveren het gehuil en de honger
Die vastzitten in het grote ritme

Hij zal er al zijn beginjaren verdoen
Een spruitende blik verdienen

Hij zal zijn blik bestijgen
Verdergaan naar de wereld
En daar de zijnen en zichzelf vinden

Hij zal leven zonder begin zonder einde
Omringd door zijn kameraden in het midden van zijn tijd

III St Sava

Om zijn hoofd vliegen bijen
En vormen een levende aureool

In zijn rode baard
Bezaaid met lindebloesem
Spelen donder en bliksem verstoppertje

Om zijn nek hangen kettingen
Die trillen in hun ijzeren slaap

Op zijn schouder brandt zijn haan
In zijn hand zingt zijn alwijze stok
Een lied van kruisende wegen

Links van hem stroomt de tijd
Rechts van hem stroomt de tijd

Hij schrijdt over het droge
Begeleid door zijn wolven

III Sava

Om zijn lijf wasemt de geur van zijn huidsmeer
En vormt een levende stralenkrans

In zijn roze wangen
Bezaaid met melkdruppels
Spelen huilen en zuigen verstoppertje

Om zijn nek ondersteunen handen
Die zoeken naar zijn adem als hij slaapt

Op zijn schouder brandt zijn badeend
In zijn hand zingt zijn alwijze grijpreflex
Een lied van gebalde evolutie

Links van hem stroomt de tijd
Rechts van hem stroomt de tijd

Hij kruipt over het droge
Begeleid door zijn ouders

IV St Sava de herder

Hij verzorgt zijn witte stenen kudde
Op de groene heuvelrug

Hij helpt elke steen
In de geërfde rode grot
Te baren

Waar hij ook gaat
Zijn kudde volgt hem
De heuvels echoën met stenen voetstappen

Hij stopt op een open plek
Geel en ontoegankelijk
En melkt de stenen één voor één

Hij geeft de dorstige wolven
Dikke stenenmelk te drinken
Glinsterend met de zeven kleuren van de regenboog

Sterke tanden en geheime vleugels
Groeien van de stenenmelk

IV Sava de herder

De witte vlezige kudde verzorgt hem
Op de warme borstkast

Elke borst helpt hem
Door het geërfde rode lichaam
Nogmaals gebaard te worden

Waar hij ook gaat
Het lichaam volgt hem
De borsten echoën met toeschietende melk

Hij legt aan bij de cirkels
Bruin en uitnodigend
En drinkt de borsten één voor één

Hij stilt de dorst waarvan hij niet weet dat het de zijne is
Door dikke mensenmelk te drinken
Glinsterend met de zeven kleuren van de regenboog

Sterke tanden en geheime vleugels
Groeien op de moedermelk

V St Sava’s smederij

Vanaf de belegerde heuvels
Roepen de wolven hem
Hun ruggengraten in brand

Hij biedt zijn slangkoppige staf aan
Zodat ze vredig naar zijn voeten
Kruipen

Hij baadt ze in het hete bloed
Van het heilige voorouderlijke lood
En droogt ze af met zijn rode baard

Hij smeedt ze nieuwe ruggengraten
Van jong ijzer
En stuurt ze terug naar de heuvels

Met eindeloos gehuil
Groeten de wolven hem
Vanaf de toppen van de bevrijde heuvels

V Sava’s smederij

Vanuit de belegerde nachten
Roept hij zijn ouders
Hun ruggengraten in brand

Hij biedt zijn verdriet aan
Zodat ze co-regulerend naar zijn voeten
Moeten kruipen

Hij baadt ze in zijn zachte huid
Van heilige voorouderlijke ongerichtheid
En droogt ze af met zijn rommelige strelingen

Hij smeedt ze nieuwe ruggengraten
Van anticiperende reflexen
En stuurt ze terug de nacht in

Met eindeloos kussen
Groeten zijn ouders hem
Vanuit de dieptes van hun bevrijde lijven

VI St Sava’s school

Hij zit in de top van een perenboom
Zegt iets in zijn baard

Hij luistert
Hoe de honinglippige bladeren
In zijn woorden bidden

Hij kijkt
Hoe de wind de vuurdrager over de heuvels
In zijn woorden vloekt

Hij glimlacht
En langzaam eet hij
Het boek van de god van de wereld

En roept de hongerige wolven

Vanuit de boomkruin gooit hij hun bladzijden toe
Vol met rode lang-genekte letters
En witte lammeren

VI Sava’s school

Hij ligt in het midden van zijn wieg
Brabbelt iets in zijn wangen

Hij luistert
Hoe de honinglippige lakens
Bidden in zijn driften

Hij kijkt
Hoe de zon de vuurdrager de kamers
behekst met mammiaans

Hij kraait
En langzaam eet hij
Het boek van het leven op aarde

En roept de hongerige ouders

Vanuit de wieg werpt hij hun verhalen toe
Vol met roze halsreikend gesmak
En witte mondjes-terug

VII St Sava’s reis

Hij reist over het donkere land

Met zijn stok vooruit
Snijdt hij donkerte in vieren

Hij gooit dikke handschoenen
Getransformeerd in wanstaltige katten
Naar het grijze leger van muizen

Midden in de storm maakt hij zijn kettingen los
En geselt het eeuwenoude eiken land
Aan de vaste sterren

Hij wast de poten van zijn wolven
Zodat geen spoor van het donkere land
Op ze achterblijft

Hij reist zonder pad
En het pad wordt achter hem geboren

VII Sava’s reis

Hij reist over het ademende land

Met zijn grote hap vooruit
Snijdt hij de borst in stukken

Hij duwt de diepe halen van zijn kaken
Getransformeerd in jagende katten
Naar de geelwitte formatie van melkkanalen

Midden in de voeding laat hij de borst los
En geselt het eeuwenoude moederland
Aan het al zo vaak geijkte geduld

Hij zuigt op de tepel van zijn moeder
Totdat geen spoor van haar oude en zijn nieuwe lijf
Op hen achterblijft

Hij reist zonder ouders
Zijn ouders worden achter hem geboren

VIII St Sava bij zijn bron

Hij kijkt
Naar zijn derde oog in het steen

Hij ziet in het onpartijdige water
Zijn verwoeste kist
Vol met rijpe groot geboezemde peren

Hij ziet zijn wolfshoofd
En op zijn voorhoofd geschreven het teken
Van de nieuwe beloofde constellatie

Hij ziet zijn bloeiende stok
En zijn gelukkig bevruchte land
In de blozende knoppen

Hij doet zijn twee ogen dicht
En kijkt met het derde oog in het steen

VIII Sava bij zijn bron

Hij zal kijken
Naar zijn bron in de buik

Hij zal in het partijdige water
Zijn geplunderde geboorteplaats zien
Met de rijpe peervormige borsten

Hij zal zijn oude vlinder-vissenlichaam zien
En het getrappel dat ooit het teken was
Van de beloofde nieuwe constellatie

Hij zal met zijn bloeiende blik
Het gelukkig bevruchte lichaam zien
Met de afdrukken van zijn voeten

Hij zal zijn twee ogen sluiten
En kijken met de bron
die nu ontspringt aan zijn eigen buik

Aleksandar Novaković (1991) is een politiek filosoof, gevestigd in Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich op de geschiedenis van  antifascistisch verzet in politiek, kunst en filosofie in Oost-Europa en Joegoslavië. Momenteel werkt hij aan de afronding van zijn proefschrift in de filosofie aan de Academie voor Schone Kunsten in Wenen.

Meer van deze auteur

Vasko Popa (1922–1991) was een van de belangrijkste Joegoslavische dichters. Hij werd geboren in een Roemeense familie in de Servische regio Banat en nam tijdens de Tweede Wereldoorlog deel aan het antifascistisch verzet. Na de oorlog werkte Popa als redacteur in Belgrado. In 1953 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel. In 1967 won hij de Europäischer Literaturpreis. Zijn werk is veelvuldig bekroond en vertaald. Zijn verzamelde gedichten verschenen in het Engels, met een voorwoord van Ted Hughes. 

Meer van deze auteur

Rodante van der Waal (1992) is vroedvrouw, dichter en filosoof. In 2025 promoveerde zij in de filosofie op reproductieve rechtvaardigheid, waarmee ze de prijs won voor het beste feministische proefschrift in 2022-25 van het Feministisch Cultuurfonds. Datzelfde jaar debuteerde ze met het boek Baas in eigen buik. Een essay over reproductieve rechtvaardigheid, dat de Hypatiaprijs won voor het beste filosofieboek geschreven door een vrouw in 2024-25, en werd genomineerd voor de Socratesbeker. Begin 2026 verscheen haar eerste poëziebundel, Op navelhoogte de kans. 

Meer van deze auteur