Val

Poëzie (& ingesproken) / 01.05.26

De zuchtspier

Anneke Brassinga

Onheuglijk de zo langlevende de door de dood vergeten
zijnde koikarpers, luchtbelloos geluidenloos happen steeds
hun brede diepe wijde holle zachte monden, zie wat een afgrond
gaapt daar binnenin, zonder slagtand of stootkies.

De ware gevangenis is het nu! met uitzicht
noch ontkomen naar een lege tijd om in te wandelen
of stilstaan naar believen. Alles is er, steenhard, in het nu,
ja welgeteld alles - buiten! om de loze dorre noot heen

van je verlangen, kiem berstensvol met ‘t voorheen stralende
waar je van zuchten moet als een gespierde oeroude
karper die, sinds decennia al, Rosa Spier in de tuinvijver
afwacht: hoe zij plonzen zoude met d’r zwaar trillende harp

om de tijd te komen opschudden uit stilgevallen eeuwigheid,
ja juist door de traliën te beroeren, strelend die snaren
van wurgende aard. Wij zijn gedoemd tot levenslang ons
los van ons te maken, te zuchten om én naar andermans

ondermaanse anders, want in diens anders z’n zonders: dáar
ken je trenen, en tuchtig, ja! tot vleugelloos wapperend, zelfs
onbeoord wereldkarpioen, strot- en stembandvrij, bekieuwd
ben je daar, nee niet bekaaid! en ook - hèhè ik zucht ervan -

zal voor een middagslaapje eindelijk dan alle tijd er zijn.




DIG · De zuchtspier</div>

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 1948) werd aan de Universiteit van Amsterdam opgeleid tot literair vertaler, en vertaalde sindsdien werk van onder meer Denis Diderot, Oscar Wilde, Samuel Beckett, Gertrude Stein, Hermann Broch. Vanaf 1987 publiceert zij eigen proza en poëzie bij uitgeverij De Bezige Bij. In 2015 ontving ze de P.C. Hooft-prijs voor poëzie; in 2020 de Karel van de Woestijne-prijs voor de dichtbundel Verborgen tuinen. In 2024 verscheen haar nieuwe essaybundel Crudités.

Meer van deze auteur